Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep, verder te noemen: de man,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak staat de vaststelling van de kinderalimentatie voor het kind [kind 1] centraal. De man en vrouw zijn de ouders van het kind en oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag uit. De man ontving in 2013 een Ziektewetuitkering en sinds medio 2014 een WW-uitkering. Hij is gehuwd met [A], met wie hij een samengesteld gezin vormt en die zelf geen inkomsten heeft vanwege medische redenen en zwangerschap.
De rechtbank had eerder een onderhoudsbijdrage van €220 per maand vastgesteld. De man kwam hiertegen in hoger beroep en voerde aan dat zijn draagkracht onvoldoende was vanwege zijn lage inkomen en schulden, waaronder een schuldregeling met de Stadsbank Oost-Nederland. Het hof beoordeelde de draagkracht aan de hand van de richtlijnen van de Expertgroep Alimentatienormen en concludeerde dat de man in staat is de bijdrage te betalen, ondanks zijn schulden, omdat hij onvoldoende heeft aangetoond dat deze lasten noodzakelijk en onvermijdelijk zijn.
Het hof oordeelde verder dat de man alleen onderhoudsplichtig is voor zijn eigen kind en niet voor de kinderen van zijn vrouw uit een eerder huwelijk, omdat hij dit niet met stukken had onderbouwd. De zorgkorting kon de man niet verzilveren. De bijdrage werd vastgesteld op €220 per maand vanaf 23 mei 2013 en €25 per maand vanaf 16 juni 2014. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het overige werd afgewezen.
Uitkomst: De man moet kinderalimentatie betalen van €220 per maand vanaf mei 2013 en €25 per maand vanaf juni 2014.