ECLI:NL:GHARL:2014:8063
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek militair lid in Srebrenica-klachtrechtzaak
In deze zaak dienden nabestaanden van slachtoffers uit de Srebrenica-zaak een wrakingsverzoek in tegen het militaire lid van de militaire beklagkamer, vanwege vermeende onpartijdigheid door nauwe banden met het Ministerie van Defensie. Het verzoek betrof de behandeling van een beklag over niet-vervolging van drie militaire (onder)officieren.
De wrakingskamer oordeelde dat het militaire lid, commandeur mr. R.R.H. Laurens, uit hoofde van zijn aanstelling onpartijdig moet worden vermoed. De aangevoerde omstandigheden, waaronder de benoeming door de minister van Defensie en de bijzondere aard van de zaak, vormden geen uitzonderlijke omstandigheden die het vermoeden van onpartijdigheid konden weerleggen.
Verder werd benadrukt dat het wrakingsmiddel niet kan worden gebruikt om de wettelijke bevoegdheidsregels te omzeilen, zoals het verzoek om een reguliere burgerlijke beklagkamer in te schakelen. Het hof wees het verzoek tot wraking af, waarbij ook het bewijsaanbod van verzoekers werd gepasseerd omdat dit niet relevant was voor de onpartijdigheid van het militaire lid.
De beslissing bevestigt de rechtsgeldigheid van de militaire kamer in deze context en onderstreept het belang van het waarborgen van onpartijdigheid zonder de wettelijke procedures te ondermijnen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen het militaire lid van de beklagkamer is afgewezen wegens gebrek aan zwaarwegende aanwijzingen voor onpartijdigheid.