ECLI:NL:GHARL:2014:8499
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring vervolging wegens ne bis in idem na ongeldigverklaring rijbewijs
De zaak betreft een hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter die het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaarde in de vervolging van verdachte voor rijden onder invloed. Dit omdat het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) het rijbewijs van verdachte ongeldig had verklaard en hem een alcoholslotprogramma (ASP) had opgelegd, een maatregel die het hof als een strafrechtelijke sanctie kwalificeert.
De officier van justitie stelde dat deze bestuursrechtelijke maatregel geen strafrechtelijke sanctie is en dat vervolging daarom mogelijk moet blijven. De verdediging voerde aan dat het ne bis in idem-beginsel, zoals neergelegd in artikel 68 Sr Pro en artikel 50 van Pro het EU-Handvest, toepassing vindt omdat verdachte niet tweemaal voor hetzelfde feit mag worden vervolgd.
Het hof oordeelde dat de ongeldigverklaring van het rijbewijs en de oplegging van het ASP, gelet op de zwaarte van de maatregel en jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het Hof van Justitie van de EU, als een 'criminal charge' moet worden beschouwd. Daardoor is sprake van een eerdere onherroepelijke strafrechtelijke sanctie. Het hof bevestigde het vonnis van de politierechter en verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging.
Uitkomst: Het hof verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging wegens toepassing van het ne bis in idem-beginsel na ongeldigverklaring van het rijbewijs.