Uitspraak
[appellante],
1.[geïntimeerde 1],
[geïntimeerde 1]respectievelijk
[geïntimeerde 2]en gezamenlijk:
[geïntimeerden],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond de aansprakelijkheid van een bestuurder van een stichting centraal na het niet nakomen van een koopovereenkomst. Het hof bevestigde dat de bestuurder zich had moeten realiseren dat de stichting haar verplichtingen niet kon nakomen en geen verhaal bood voor de schade.
De bestuurder leverde tegenbewijs, waaronder getuigenverklaringen en financiële documenten, maar slaagde hier niet in. De gestelde toezeggingen van investeringen en bankfinanciering bleken onvoldoende concreet of tijdig om vertrouwen te rechtvaardigen.
De stichting had de koopovereenkomst ontbonden en een contractuele boete van €42.500,- geëist. Het hof oordeelde dat deze boete een gefixeerde schadevergoeding was en toewijsbaar als gevolg van het onrechtmatig handelen van de bestuurder. Daarnaast werden buitengerechtelijke incassokosten, beslagkosten en proceskosten toegewezen.
Een beroep op schadebeperkingsplicht werd verworpen omdat de boete gefixeerd was en de bestuurder onvoldoende onderbouwde dat zij een serieus huurvoorstel had gedaan. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank, veroordeelde de bestuurder tot betaling van €47.072,30 plus wettelijke rente vanaf 21 januari 2011 en legde de kosten van het hoger beroep bij haar.
Uitkomst: Bestuurder stichting veroordeeld tot betaling van €47.072,30 plus wettelijke rente en kosten wegens onrechtmatige daad.