Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
Stichting Het Geldersch Landschap,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak stond een geschil centraal over de toepassing van een boetebeding en de vergoeding van proceskosten in algemene huurvoorwaarden tussen een particuliere huurder en een bedrijfsmatige verhuurder. Het Geldersch Landschap vorderde ontruiming, betaling van huurachterstand, boete, schadevergoeding en kosten. De kantonrechter wees de meeste vorderingen toe, behalve de boete en schadevergoeding.
In hoger beroep richtte [appellant] zich tegen de veroordeling tot betaling van de volledige advocaatkosten. Het hof oordeelde dat hoewel de verhuurder terecht aanspraak maakt op vergoeding van gemaakte kosten, matiging op grond van artikel 242 Rv Pro passend is. De advocaatkosten werden daarom beperkt tot het liquidatietarief van € 400,00.
Daarnaast werd het boetebeding van € 25 per dag vanaf 1 augustus 2011 tot 1 november 2013, oplopend tot € 20.500, kritisch beoordeeld. Gezien het eenzijdige karakter, de hoogte en de aard van het beding achtte het hof het aannemelijk dat dit in een bodemprocedure vernietigbaar zal zijn. De incidentele grief van Het Geldersch Landschap werd daarom afgewezen.
Het arrest bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter, behalve voor de advocaatkosten die werden gematigd. Het Geldersch Landschap werd veroordeeld tot terugbetaling van het teveel betaalde bedrag aan advocaatkosten. De kosten van het hoger beroep werden aan Het Geldersch Landschap opgelegd.
Uitkomst: Het hof mat de advocaatkosten tot € 400 en oordeelde dat het boetebeding mogelijk vernietigbaar is wegens onredelijkheid.