Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[appellant],
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
Als maatstaf voor beëindiging van de schuldsaneringsregeling op de gronden, onder meer
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De rechtbank Noord-Nederland had de wettelijke schuldsaneringsregeling van appellant tussentijds beëindigd omdat hij niet aan zijn verplichtingen voldeed, mede door een strafrechtelijke veroordeling en detentie van vier maanden. Hierdoor was hij tijdelijk niet in staat om te werken en ontstond een risico op benadeling van schuldeisers.
Appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat hij arbeidsongeschikt was en ontheven van sollicitatieplicht, dat de schadevergoeding door zijn zoon werd voldaan en dat de boedelafdracht tijdens detentie plaatsvond. De beschermingsbewindvoerder en bewindvoerder steunden het beroep en adviseerden voortzetting van de regeling vanwege de persoonlijke omstandigheden, waaronder het verlies van een kind door een ernstig auto-ongeluk en arbeidsongeschiktheid.
Het hof oordeelde dat hoewel de veroordeling en detentie in principe leiden tot beëindiging, in dit geval een uitzondering op zijn plaats is. De regeling wordt daarom voortgezet en verlengd met vier maanden, zodat appellant alsnog de kans krijgt de schuldsanering succesvol af te ronden zonder benadeling van schuldeisers.
Uitkomst: De wettelijke schuldsaneringsregeling wordt voortgezet en verlengd met vier maanden ondanks detentie van appellant.