Uitspraak
[veroordeelde],
Het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
Beoordeling
rechtsgebiedde betreffende zittingsplaatsen zijn gelegen.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De strafzaak in eerste aanleg werd op 7 mei 2007 door de rechtbank Rotterdam te Groningen berecht, gevolgd door hoger beroep op 25 januari 2010 bij het gerechtshof ’s-Gravenhage te Leeuwarden. De ontnemingszaak werd op 21 oktober 2010 door dezelfde rechtbank behandeld, waarna tijdig hoger beroep werd ingesteld.
Het hof heeft op 13 oktober 2014 tijdens de terechtzitting kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal om zich onbevoegd te verklaren. Dit verband houdt met het vervallen van het Besluit nevenvestigings- en nevenzittingsplaatsen per 1 januari 2013, dat het mogelijk maakte om nevenzittingsplaatsen buiten het ressort aan te wijzen voor snellere behandeling.
Sinds de invoering van de Wet herziening gerechtelijke kaart is deze mogelijkheid komen te vervallen en is de bevoegdheid overgegaan naar de minister om bij tijdelijke capaciteitsproblemen een ander gerechtshof aan te wijzen. Hierdoor kan het hof zich niet langer bevoegd verklaren voor zaken buiten haar ressort. Gezien deze wettelijke wijziging verklaart het hof zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep in deze ontnemingszaak.
Mr. Elzinga was buiten staat het arrest te ondertekenen.
Uitkomst: Het hof verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep in de ontnemingszaak.