Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn gezamenlijk belast met het gezag over hun kind, [kind 1], geboren in 2010. De man is gehuwd met een ander en onderhoudt daarnaast een gezin met [kind 1] en een erkende stiefdochter, [kind 2]. De rechtbank had de bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van [kind 1] vastgesteld op €144 per maand.
De man kwam in hoger beroep met het verzoek de bijdrage te verlagen vanwege vermeende hoge maandelijkse lasten van €967, waaronder schulden aan diverse instanties. Het hof oordeelde dat de man onvoldoende inzicht gaf in zijn daadwerkelijke financiële situatie en dat de lasten niet volledig konden worden meegenomen in de draagkrachtberekening. Tevens bleek dat de man onderhoudsplichtig is voor twee kinderen, waardoor de draagkracht over beide kinderen moest worden verdeeld.
Na herberekening stelde het hof de draagkracht van de man vast op €134 per maand, wat gelijk verdeeld werd over de twee kinderen, resulterend in een bijdrage van €67 per kind. De zorgkorting van 15% werd berekend, maar omdat de gezamenlijke draagkracht van beide ouders onvoldoende was om volledig in de behoefte van het kind te voorzien, verviel de aanspraak op zorgkorting. Het hof vernietigde de eerdere beschikking en stelde de alimentatie vast op €67 per maand per kind met ingang van 7 augustus 2013.
Uitkomst: Het hof stelt de kinderalimentatie vast op €67 per maand per kind met ingang van 7 augustus 2013.