ECLI:NL:GHARL:2015:10012
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek tot vermindering ontnemingsbedrag wegens lagere werkelijke waarde stacaravan
Verzoeker heeft bij het hof een verzoek ingediend op grond van artikel 577b, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering om het bedrag dat hij moet betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel te verminderen. Dit verzoek was gebaseerd op de stelling dat de waarde van een stacaravan, die in de ontnemingsprocedure was meegenomen voor € 20.000,-, te hoog was vastgesteld, aangezien de caravan in 2012 voor € 12.000,- werd verkocht. Daarnaast verzocht verzoeker om kosten van stalling en energieverbruik in mindering te brengen.
De advocaat-generaal stelde zich op het standpunt dat het verzoek niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat het een verkapt appel zou betreffen en er geen sprake was van betalingsonmacht. Het hof oordeelde echter dat artikel 577b, derde lid, Sv de rechter wel degelijk de mogelijkheid biedt om het vastgestelde ontnemingsbedrag te verlagen indien blijkt dat het werkelijke voordeel lager is dan vastgesteld, ook zonder nieuwe feiten na de vaststelling.
Het hof overwoog dat de vaststelling van het voordeel een schatting betreft die achteraf onjuist kan blijken te zijn. Verzoeker moest echter aantonen dat het werkelijke voordeel lager was dan het vastgestelde bedrag. De enkele lagere verkoopprijs van de stacaravan en de gemaakte kosten waren onvoldoende om dit aan te tonen. Daarom wees het hof het verzoek af en verklaarde verzoeker ontvankelijk.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot vermindering van het ontnemingsbedrag af omdat verzoeker niet heeft aangetoond dat het werkelijke voordeel lager was dan vastgesteld.