Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[appellante],
[appellante],
Litecad B.V.,
Litecad,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele procedure vordert appellante een voorlopig getuigenverhoor om feiten en omstandigheden omtrent de indiensttreding van personeel bij geïntimeerde Litecad te bewijzen. De rechtbank had dit verzoek afgewezen omdat appellante onvoldoende concreet zou hebben gemaakt op welke wijze Litecad onrechtmatig zou hebben gehandeld en omdat het belemmeringsbeding in de partnerovereenkomst mogelijk nietig zou zijn op grond van artikel 9a van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi).
Appellante stelt dat Litecad personeel in strijd met de afspraken heeft benaderd en in dienst heeft genomen, wat schade veroorzaakt. Het hof oordeelt dat de beoordeling van de uitleg van de partijafspraak en de reikwijdte van het belemmeringsverbod niet aan de rechter is die over het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor beslist, maar aan de bodemrechter. Het verzoek voldoet aan de eisen van concreetheid en toewijsbaarheid en appellante heeft belang bij het getuigenverhoor.
Het hof vernietigt daarom de beschikking van de rechtbank en bepaalt dat alsnog een voorlopig getuigenverhoor moet worden bevolen. De kosten van het geding in eerste aanleg worden ieder voor eigen rekening genomen, terwijl Litecad wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof vernietigt de weigering van de rechtbank en beveelt alsnog een voorlopig getuigenverhoor.