ECLI:NL:GHARL:2015:1442

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
5 maart 2015
Publicatiedatum
2 maart 2015
Zaaknummer
P14/0520
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging verlenging terbeschikkingstelling met verpleging na afwijzing voorwaardelijke beëindiging

De terbeschikkinggestelde had een verzoek ingediend tot voorwaardelijke beëindiging van zijn terbeschikkingstelling met verpleging. De rechtbank Noord-Nederland had dit verzoek afgewezen en de terbeschikkingstelling met een jaar verlengd. Het hof Arnhem-Leeuwarden heeft dit besluit bevestigd na het horen van partijen en bestudering van de stukken.

De terbeschikkinggestelde had in het verleden ruime verloven genoten en leek in augustus 2013 in aanmerking te komen voor een voorwaardelijke beëindiging. Echter, door een mogelijk onterechte aangifte werden de verloven ingetrokken, de resocialisatie kwam stil te liggen en ontstond een vertrouwensbreuk met het behandelteam, waardoor overplaatsing naar een andere kliniek noodzakelijk werd. Dit maakte een nieuwe resocialisatiepoging voorlopig onmogelijk.

De raadsman van de terbeschikkinggestelde voerde aan dat het recidivegevaar genuanceerd moest worden en dat er woonruimte en werk beschikbaar waren, en verzocht het hof in te grijpen. Het openbaar ministerie stelde dat de aangifte terecht niet was meegewogen en dat er onvoldoende stabiliteit was, met een hoog recidivegevaar. Het hof vond de argumenten van de rechtbank juist en bevestigde de verlenging met een jaar, waarbij het verzoek tot voorwaardelijke beëindiging werd afgewezen.

Het hof zag geen aanleiding om een aparte overweging op te nemen over de spoedige hervatting van het resocialisatietraject bij de kliniek. De aangifte speelde geen rol in de beslissing. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2015.

Uitkomst: Het hof bevestigt de verlenging van de terbeschikkingstelling met verpleging met een jaar en wijst het verzoek tot voorwaardelijke beëindiging af.

Uitspraak

TBS P14/0520
Beslissing d.d. 5 maart 2015
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[terbeschikkinggestelde],
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedatum],
verblijvende in [kliniek].
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 10 oktober 2014, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar en, zo verstaat het hof die beslissing: afwijzing van het verzoek tot voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.
Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:
- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
- de beslissing waarvan beroep;
- de akte van beroep van de terbeschikkinggestelde van 13 oktober 2014;
- de aanvullende informatie van [kliniek] van 3 februari 2015, met als bijlage de wettelijke aantekeningen van 5 mei 2014 tot en met 31 december 2014;
- de ter zitting van het hof door de raadsman overgelegde pleitnota;
- de ter zitting van het hof door de terbeschikkinggestelde overgelegde brief.
Het hof heeft ter zitting van 19 februari 2015 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. W. van Vliet, advocaat te Amsterdam, en de advocaat-generaal mr. E.J. Julsing-Nijenhuis.

Overwegingen:

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman
De terbeschikkinggestelde heeft in ruime mate verloven gepraktiseerd. In augustus 2013 leek een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege nabij. Op basis van een - mogelijk onterechte - aangifte zijn echter de verloven van de terbeschikkinggestelde ingetrokken, is zijn resocialisatie volledig stil komen te staan en zal hij - vanwege de ontstane vertrouwensbreuk met het behandelteam - worden overgeplaatst naar de [kliniek]. In deze kliniek zal de terbeschikkinggestelde terechtkomen op de behandelafdeling. Een nieuwe resocialisatiepoging met de daarbij behorende verloven is derhalve ver weg. Gelet op deze omstandigheden heeft de raadsman het hof verzocht in te grijpen en de verpleging van overheidswege voorwaardelijk te beëindigen. Daarbij heeft de raadsman opgemerkt dat het door de kliniek aanwezig geachte recidivegevaar dient te worden genuanceerd en er woonruimte en werk voor de terbeschikkinggestelde beschikbaar is. Subsidiair heeft de raadsman verzocht in de beslissing een overweging op te nemen waarmee bij de [kliniek] wordt aangedrongen op een spoedige hervatting van het resocialisatietraject.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De rechtbank heeft de tegen de terbeschikkinggestelde gedane aangifte terecht niet laten meewegen bij haar beslissing. Ook indien geen acht wordt geslagen op die aangifte blijkt uit de stukken dat een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege thans prematuur is. Er is immers onvoldoende stabiliteit in verschillende leefgebieden van de terbeschikkinggestelde en hij heeft moeite met de regulatie van spanningen waardoor hij is teruggevallen in middelengebruik. Bovendien wordt de recidivekans bij een beëindiging van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege als hoog ingeschat.
Gelet op het feit dat de terbeschikkinggestelde thans geen verloven geniet en zal worden overgeplaatst naar een andere kliniek, zou een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaren gepast kunnen zijn. Gelet echter op de onduidelijkheden die de overplaatsing ten aanzien van het behandel- en resocialisatietraject met zich brengt, is een verlenging met een termijn van een jaar aangewezen. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing waarvan beroep.
Het oordeel van het hof
Bevestiging
Het hof is van oordeel dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist. Daarom zal de beslissing, waarvan beroep met overneming van die gronden worden bevestigd en het verzoek tot voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege worden afgewezen.
Het hof ziet geen aanleiding om, zoals door de raadsman is verzocht, door middel van een aparte overweging te benadrukken dat het gewenst is dat de [kliniek] een spoedige hervatting van het resocialisatietraject zal realiseren.
Het hof merkt nog op dat de tegen de terbeschikkinggestelde gedane aangifte, net als bij de rechtbank, geen rol heeft gespeeld bij de onderhavige beslissing.

Beslissing

Het hof:
Wijst afhet verzoek tot voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.
Bevestigtde beslissing van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 10 oktober 2014 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde
[terbeschikkinggestelde].
Aldus gedaan door
mr. E.A.K.G. Ruys als voorzitter,
mr. G. Mintjes en mr. J.W. Rijkers als raadsheren,
en drs. M. van Weers en dr. W. van Kordelaar als raden,
in tegenwoordigheid van mr. G.J.B. van Weegen als griffier,
en op 5 maart 2015 in het openbaar uitgesproken.
De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.