Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[appellant],
[geïntimeerde],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak heeft appellant het hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de rechtbank Noord-Nederland. Na een comparitie van partijen op 9 oktober 2014 werd geen schikking bereikt. Appellant vroeg uitstel voor het indienen van de memorie van grieven, welke tot tweemaal toe werd verleend, tot 10 februari 2015.
Op deze datum en ook op de rol van 3 maart 2015 heeft appellant nagelaten grieven in te dienen. Geïntimeerde stelde appellant partij peremptoir en vroeg tijdig akte niet dienen aan, welke door het hof werd verleend. Hierdoor verviel het recht van appellant om alsnog grieven te dienen.
Het hof oordeelt dat het vonnis van de rechtbank niet in strijd is met openbare orde en dat het hoger beroep daarom verworpen moet worden. Appellant wordt als de in het ongelijk gestelde partij beschouwd en veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, vastgesteld op een bedrag van € 755,- inclusief advocaatkosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen wegens het niet indienen van grieven en appellant wordt veroordeeld in de kosten.