Op 28 juli 2013 werd verdachte aangehouden in een auto waarin een plastic tas met €54.700 in kleine coupures werd aangetroffen. Verdachte verklaarde aanvankelijk dat het geld van zijn werkgever was, maar kwam later terug op deze verklaring en gaf een onwaarschijnlijke verklaring over het sparen van het bedrag via autohandel.
Het hof acht het aannemelijk dat het geld afkomstig is uit enig misdrijf, mede gelet op de verpakking, coupures en sms-berichten op een aangetroffen telefoon die duiden op drugshandel. Verdachte kon zijn verklaring over de herkomst van het geld niet aannemelijk maken.
Het hof spreekt verdachte vrij van het primair ten laste gelegde, maar verklaart het subsidiair ten laste gelegde bewezen: het voorhanden hebben van het geld terwijl hij wist dat het van een misdrijf afkomstig was.
Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden, waarbij de tijd in voorarrest in mindering wordt gebracht. Tevens wordt het geldbedrag van €54.700 verbeurd verklaard.
Het arrest is gewezen door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 17 april 2015.