ECLI:NL:GHARL:2015:3512
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- J.H. Lieber
- R. Prakke-Nieuwenhuizen
- M.H.H.A. Moes
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot rekening en verantwoording over beheer vermogen erflaatster
In deze civiele zaak staat de vraag centraal of [geintimeerde sub 1] en [geintimeerde sub 3] verplicht zijn om rekening en verantwoording af te leggen over het beheer van het vermogen van de erflaatster over de periode van 1 januari 1999 tot en met 22 december 2007. Het hof maakt onderscheid tussen drie periodes: voor het meerderjarigenbewind (tot 13 juli 2006), tijdens het bewind (13 juli 2006 tot overlijden erflaatster) en na het overlijden.
Het hof stelt vast dat [geintimeerde sub 1] vanaf 1986 op verzoek van de erflaatster haar administratie voerde en betalingen deed, en dat hij als bewindvoerder over 2006 en 2007 verantwoording heeft afgelegd aan de kantonrechter. Over de periode tot het bewind is sprake van een opdracht of een vergelijkbare rechtsverhouding, waardoor [geintimeerde sub 1] gehouden is tot verantwoording. Over de periode na 22 december 2007 heeft hij eveneens voldoende verantwoording afgelegd.
Voor de periode tot 13 juli 2006 is geoordeeld dat [geintimeerde sub 1] nog aanvullende verantwoording moet afleggen over bepaalde dubieuze uitgaven en kasopnames. [geintimeerde sub 3] heeft geen beheer gevoerd en is niet verplicht tot verantwoording, maar kan wel aansprakelijk worden gehouden voor onrechtmatige onttrekkingen. De zaak is verwezen naar de rol voor overlegging van aanvullende bankafschriften en verdere verantwoording, waarna verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: Het hof bepaalt dat [geintimeerde sub 1] nog aanvullende rekening en verantwoording moet afleggen over de periode 1999 tot 13 juli 2006, terwijl voor [geintimeerde sub 3] geen verantwoordingplicht bestaat.