Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[appellante],
[geïntimeerde],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele procedure betreft het hoger beroep tegen een vonnis van de kantonrechter waarin incidentele vorderingen tot tussenkomst en oproeping in vrijwaring waren afgewezen. Appellante had hoger beroep ingesteld tegen het vonnis voor zover het de tussenkomst betrof.
Tijdens het hoger beroep bracht geïntimeerde nieuwe producties in, waaronder een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven, waarop appellante nog niet had kunnen reageren. Het hof oordeelde dat het beginsel van hoor en wederhoor vereist dat appellante alsnog in de gelegenheid wordt gesteld om zich over deze nieuwe stukken uit te laten.
Daarom werd de zaak verwezen naar de rol voor een akte van appellante zonder producties, waarbij geïntimeerde geen antwoordakte krijgt. Iedere verdere beslissing werd aangehouden. Het arrest werd uitgesproken door drie rechters van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 19 mei 2015.
Uitkomst: De zaak is verwezen naar de rol voor een akte van appellante over nieuwe producties, met aanhouding van verdere beslissing.