Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn gescheiden per 16 oktober 2014 en hebben gezamenlijk gezag over hun kind geboren in 1998. De man heeft een bruto jaarinkomen van €33.000 plus vakantietoeslag en pensioenpremie, terwijl de vrouw een netto besteedbaar inkomen van circa €1.593 per maand heeft, inclusief inkomsten uit werkzaamheden en alleenstaande ouderkorting vanaf 16 oktober 2014.
In eerste aanleg stelde de rechtbank de bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind vast op €69 per maand en wees het verzoek om partneralimentatie af. De vrouw kwam in hoger beroep met vijf grieven, onder meer over haar netto inkomen, behoefte, en de draagkracht van de man.
Het hof overwoog dat de behoefte van het kind €363 per maand bedraagt en dat de gezamenlijke draagkracht van de ouders onvoldoende is om volledig in deze behoefte te voorzien. Op grond van artikel 1:400 lid 1 BW Pro heeft kinderalimentatie voorrang boven partneralimentatie. Het hof stelde daarom de bijdrage van de man in de kinderalimentatie vast op €184 per maand vanaf 16 oktober 2014 en de partneralimentatie op €187 per maand.
De beschikking van de rechtbank werd vernietigd voor zover het hof oordeelde en opnieuw vastgesteld met uitvoerbaarheid bij voorraad. De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd omdat partijen gewezen echtgenoten zijn en de procedure betrekking heeft op alimentatie voor het kind en de vrouw.
Uitkomst: De man moet vanaf 16 oktober 2014 €184 per maand betalen voor kinderalimentatie en €187 per maand voor partneralimentatie.