Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak stond de vraag centraal of de vrouw samenwoonde met een nieuwe partner in de zin van artikel 1:160 BW Pro, hetgeen de beëindiging van de partneralimentatieverplichting van de man tot gevolg heeft.
Het hof baseerde haar oordeel op een uitgebreid getuigenverhoor en de bestreden beschikking. De vrouw voerde tegenbewijs aan door verklaringen van zichzelf en twee getuigen, maar deze werden door het hof als onvoldoende en deels ongeloofwaardig beoordeeld. De verklaringen liepen uiteen over de aard en frequentie van het contact en het samenwonen met de nieuwe partner.
Daarnaast speelde het ontbreken van overgelegde bankafschriften een rol, wat het hof ongunstig voor de vrouw beoordeelde. Uit de beschikbare bankafschriften en verklaringen bleek sprake van wederzijdse verzorging en het voeren van een gemeenschappelijke huishouding.
Het hof concludeerde dat de vrouw niet is geslaagd in het ontzenuwen van het bewijsvermoeden van samenwoning als waren zij gehuwd. Daarom eindigde de onderhoudsverplichting van de man met ingang van 22 november 2012. De bestreden beschikking werd vernietigd en de alimentatieverplichting dienovereenkomstig aangepast.
Uitkomst: De partneralimentatieverplichting van de man eindigt met ingang van 22 november 2012 wegens samenwoning van de vrouw met een nieuwe partner.