Uitspraak
1.[appellant 1],
[dochter 1] en [dochter 2],
[appellanten],
[de vader],
de curator,
1.Het verdere procesverloop in hoger beroep
2.De verdere beoordeling
7 juli 2015.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele procedure in hoger beroep stond centraal het beroep van de curator op de faillissementspauliana ex artikel 42 lid 1 en Pro 47 Faillissementswet (Fw) met betrekking tot de verwerping van een nalatenschap. Het hof heeft ambtshalve geoordeeld dat dit beroep niet mogelijk is, gelet op artikel 4:190 lid 4 Burgerlijk Pro Wetboek (BW). Voor bescherming van schuldeisers van erfgenamen die de nalatenschap verwerpen, is de weg via artikel 4:205 BW Pro open.
Na het tussenarrest van 17 maart 2015 hebben partijen zich achter het voorlopige oordeel van het hof geschaard, waarna het hof dit oordeel definitief heeft gemaakt. Het bestreden vonnis van de rechtbank Noord-Nederland wordt vernietigd en de vorderingen van appellanten worden toegewezen. De curator wordt veroordeeld om binnen twee weken toestemming te verlenen tot vrijgave van het depot van € 17.318,30, onder dreiging van een dwangsom.
Daarnaast wordt de curator aansprakelijk gehouden voor de kosten van het rentedragende depot bij Groenewegen Advocaten en Notarissen, welke kosten voortvloeien uit het onterecht blokkeren van de vrijgave door de curator. De curator wordt ook veroordeeld in de proceskosten van beide instanties, waarbij de gemaakte verschotten en geliquideerde salarissen van de advocaten aan appellanten worden toegewezen.
Het hof wijst het meer of anders gevorderde af en bevestigt hiermee de onmogelijkheid van toepassing van faillissementspauliana bij verwerping van nalatenschap, en benadrukt het belang van de alternatieve wettelijke weg voor schuldeisers.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en wijst het beroep van de curator op faillissementspauliana af, veroordeelt hem tot vrijgave van het depot en betaling van kosten.