ECLI:NL:GHARL:2015:5051

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
7 juli 2015
Publicatiedatum
7 juli 2015
Zaaknummer
200.140.550-01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:190 lid 4 BWArt. 4:205 BWArt. 42 lid 1 FwArt. 47 Fw
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hof vernietigt vonnis en wijst beroep curator op faillissementspauliana af

In deze civiele procedure in hoger beroep stond centraal het beroep van de curator op de faillissementspauliana ex artikel 42 lid 1 en Pro 47 Faillissementswet (Fw) met betrekking tot de verwerping van een nalatenschap. Het hof heeft ambtshalve geoordeeld dat dit beroep niet mogelijk is, gelet op artikel 4:190 lid 4 Burgerlijk Pro Wetboek (BW). Voor bescherming van schuldeisers van erfgenamen die de nalatenschap verwerpen, is de weg via artikel 4:205 BW Pro open.

Na het tussenarrest van 17 maart 2015 hebben partijen zich achter het voorlopige oordeel van het hof geschaard, waarna het hof dit oordeel definitief heeft gemaakt. Het bestreden vonnis van de rechtbank Noord-Nederland wordt vernietigd en de vorderingen van appellanten worden toegewezen. De curator wordt veroordeeld om binnen twee weken toestemming te verlenen tot vrijgave van het depot van € 17.318,30, onder dreiging van een dwangsom.

Daarnaast wordt de curator aansprakelijk gehouden voor de kosten van het rentedragende depot bij Groenewegen Advocaten en Notarissen, welke kosten voortvloeien uit het onterecht blokkeren van de vrijgave door de curator. De curator wordt ook veroordeeld in de proceskosten van beide instanties, waarbij de gemaakte verschotten en geliquideerde salarissen van de advocaten aan appellanten worden toegewezen.

Het hof wijst het meer of anders gevorderde af en bevestigt hiermee de onmogelijkheid van toepassing van faillissementspauliana bij verwerping van nalatenschap, en benadrukt het belang van de alternatieve wettelijke weg voor schuldeisers.

Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en wijst het beroep van de curator op faillissementspauliana af, veroordeelt hem tot vrijgave van het depot en betaling van kosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.140.550/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 428003/CV EXPL 13-1276)
arrest van de eerste kamer van 7 juli 2015
in de zaak van

1.[appellant 1],

wonende te [woonplaats],
2. [appellant 2]in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van
[dochter 1] en [dochter 2],
wonende te [woonplaats],
appellanten,
in eerste aanleg: eiseressen,
hierna gezamenlijk te noemen:
[appellanten],
advocaat: mr. H.L. Thiescheffer, kantoorhoudend te Leeuwarden,
tegen
[geïntimeerde]in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van
[de vader],
kantoorhoudende te [plaats],
geïntimeerde,
in eerste aanleg: gedaagde,
hierna:
de curator,
advocaat: mr. [geïntimeerde], kantoorhoudend te Heerenveen.
Verwezen wordt naar het tussenarrest van 17 maart 2015.

1.Het verdere procesverloop in hoger beroep

1.1
Partijen hebben ieder een akte genomen.
1.2
Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1
In het arrest van 17 maart 2015 heeft het hof ambtshalve als zijn (voorlopig) oordeel uitgesproken dat de vernietiging door de curator van de verwerping van de nalatenschap(pen) door [de vader] op grond van artikel 42 Fw Pro (subsidiair 47 Fw) niet mogelijk is en dat dit meebrengt dat de vordering van [appellanten], om voor recht te verklaren dat de pauliana ongegrond is, voor toewijzing gereed ligt, evenals die tot vrijgave van het depot. Voorts heeft het hof partijen in de gelegenheid gesteld zich hierover uit te laten.
2.2
In hun na het tussenarrest genomen akten hebben partijen zich achter het voorlopig oordeel van het hof geschaard. Het hof maakt dit oordeel thans definitief tot het zijne. Dit brengt mee dat het bestreden vonnis zal worden vernietigd en dat de hierboven bedoelde vorderingen zullen worden toegewezen. De vordering tot afgifte van het depot zal worden versterkt met de gevorderde dwangsom (zij het gemaximeerd tot aan het in het dictum te noemen bedrag). Anders dan de curator heeft aangevoerd, betreft het hier geen veroordeling tot betaling van een geldsom.
2.3
De verder nog ingestelde vordering om voor recht te verklaren dat de curator aansprakelijk is voor de kosten van (naar het hof begrijpt: het depot bij) Groenewegen Advocaten en Notarissen zal eveneens worden toegewezen. In de door de curator afgegeven depotverklaring (productie B15) staat onder 4 vermeld dat het depot rentedragend door de notaris wordt bewaard en dat de administratiekosten ten bedrage van € 75,- per kwartaal in rekening worden gebracht bij uitbetaling van het depot. Naar het hof begrijpt, bedoelen [appellanten] met hun stelling dat de kosten van het depot door toedoen van de curator zijn ontstaan dat de curator de vrijgave van de in depot gelaten gelden ten onrechte heeft geblokkeerd met een beroep op de artikelen 42 en 47 Fw. en dat een redelijke uitleg van zijn depotverklaring meebrengt dat hij de kosten van het depot (ad € 75,- per kwartaal) dient te dragen. Het hof volgt hen in dat standpunt.
2.4
De curator is de in het ongelijk te stellen partij. Het hof ziet in de door de curator in zijn laatste akte aangevoerde omstandigheid dat [appellanten] zich niet hebben beroepen op het bepaalde in artikel 4:190 BW Pro geen aanleiding om, in afwijking van de hoofdregel, hem niet te veroordelen in de kosten van het geding in beide instanties, tot op heden aan de zijde van [appellanten] in eerste aanleg begroot op € 456,71 aan verschotten en overeenkomstig twee punten in tarief II aan geliquideerd salaris van de advocaat en in hoger beroep op € 759,71 aan verschotten en overeenkomstig 1 punt in tarief II aan geliquideerd salaris van de advocaat.
De beslissing
het Gerechtshof:
vernietigt het bestreden vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 17 september 2013 en, opnieuw recht doende:
verklaart voor recht dat het beroep van de curator op de faillissementspauliana ex artikel
42 lid 1 en 47 Fw ongegrond is;
verklaart voor recht dat de curator aansprakelijk is voor de kosten van het depot bij Groenewegen Advocaten en Notarissen;
veroordeelt de curator om binnen twee weken na betekening van dit arrest Groenewegen Advocaten en Notarissen toestemming te verlenen om het bedrag van € 17.318,30 te storten op een door [appellanten] op te geven rekeningnummer, zulks op straffe van een dwangsom van € 500,- voor iedere dag dat de curator hiermee in gebreke blijft, met een maximum van € 20.000,-;
veroordeelt de curator in de kosten van de procedure in beide instanties, tot op heden aan de zijde van [appellanten] in eerste aanleg begroot op € 456,71 aan verschotten en € 904,- aan geliquideerd salaris van de advocaat en in hoger beroep op € 759,71 aan verschotten en € 894,- aan geliquideerd salaris van de advocaat;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit arrest is gewezen door mr. L. Janse, mr. I. Tubben en mr. R.A. van der Pol en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag
7 juli 2015.