Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
redelijkerwijs verwacht mag worden om tot financiële zelfstandigheid te geraken, diens
leeftijd, gezondheid, arbeidsverleden en achtergrond in aanmerking genomen;
uitkering tot levensonderhoud nog verband houdt met het huwelijk;
de kinderen mede in aanmerking genomen, om zich een bestaan op te bouwen dat
onafhankelijkheid van de gewezen echtgenoot zou verschaffen.
€ 446,- per maand.
Op grond van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat de behoefte van de vrouw aan voortduring van een uitkering tot levensonderhoud geen verband (meer) houdt met het huwelijk, maar het gevolg is van het feit dat zij onvoldoende heeft geïnvesteerd in haar toekomst. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat de arbeidsongeschiktheid van de vrouw al voor het huwelijk bestond en het ontbreken van verdiencapaciteit geen verband houdt met het huwelijk.