Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
2 [geïntimeerde sub 2],
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
4.De motivering van de beslissing in hoger beroep
5.Slotsom
€ 894,-(1 punt x tarief II)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak vordert appellant bestuurdersaansprakelijkheid van geïntimeerden, bestuurders van een failliete vennootschap, wegens onbetaalde facturen en vermeende onrechtmatige selectieve betaling. Appellant stelt dat de bestuurders wisten of hadden moeten begrijpen dat de vennootschap haar verplichtingen niet kon nakomen en toch opdrachten gaf, wat onrechtmatig handelen oplevert.
Het hof verwijst naar eerdere vonnissen en bevestigt dat de norm uit het arrest Ontvanger-Roelofsen van 2006 nog steeds geldt. Appellant kon niet aannemelijk maken dat de bestuurders al in juni 2012 wisten of redelijkerwijs hadden moeten begrijpen dat de vennootschap de vorderingen niet zou kunnen voldoen. De bestuurders hebben kapitaalinjecties gedaan en geprobeerd het bedrijf te redden tot het faillissement in november 2012.
Verder oordeelt het hof dat selectieve betaling niet per definitie onrechtmatig is en dat onvoldoende is gesteld dat er sprake was van voorkeursbehandeling van bepaalde crediteuren. De vorderingen van appellant worden afgewezen en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd. Appellant wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen tot bestuurdersaansprakelijkheid af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.