Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verweerster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De ouders van twee kinderen en de grootmoeder zijn betrokken bij een geschil over het recht van de grootmoeder op persoonlijk contact met de kinderen. De grootmoeder had bij de Jeugdrechtbank Turnhout verzoeken ingediend, waarop de rechtbank een contactregeling toekende. De ouders kwamen hiertegen in hoger beroep bij het Hof van beroep te Antwerpen, dat het verzoek tot uitoefening van bevoegdheid door de Nederlandse rechter indiende.
Het Hof van beroep te Antwerpen verzocht het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden om op grond van artikel 15 lid 5 van Pro de Verordening Brussel II-bis zijn bevoegdheid uit te oefenen, omdat de kinderen en ouders inmiddels in Nederland wonen en de Nederlandse rechter beter geplaatst is om noodzakelijke onderzoeksmaatregelen te treffen.
Na ambtshalve onderzoek stelde het hof vast dat de woonplaats van de kinderen en ouders inmiddels is verplaatst naar een gemeente binnen het ressort van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. Op grond van artikel 265 Rv Pro en artikel 12 lid 2 van Pro de Uitvoeringswet internationale kinderbescherming is het gerechtshof ’s-Hertogenbosch bevoegd om te beslissen over het verzoek tot overname.
Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden besloot daarom de zaak in de huidige stand door te verwijzen naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, dat nu zal beslissen over het verzoek van het Hof van beroep te Antwerpen om de bevoegdheid uit te oefenen.
Uitkomst: De zaak wordt verwezen naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch om te beslissen over het verzoek tot uitoefening van bevoegdheid.