Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
Ingevolge deze artikelen wordt de vraag of erkenning door een man familierechtelijke betrekkingen doet ontstaan tussen hem en een kind wat betreft de bevoegdheid van de man en de voorwaarden voor de erkenning bepaald door het recht van de staat waarvan de man de nationaliteit bezit (artikel 10:95 lid 1 BW Pro). Ingevolge het vierde lid van artikel 10:95 BW Pro is echter, ongeacht het ingevolge het eerste lid toepasselijke recht, op de toestemming van de moeder tot de erkenning toepasselijk het recht van de staat waarvan de moeder de nationaliteit bezit, in dit geval het Nederlandse recht (artikel 10:95 lid 4 BW Pro). Artikel 1:204 lid 1 sub c BW Pro bepaalt dat een erkenning nietig is, indien zij, indien het kind de leeftijd van zestien jaar nog niet heeft bereikt, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de moeder (in dit geval de vrouw) is gedaan. Ingevolge het Nederlands recht is de voorafgaande schriftelijke toestemming van de vrouw dus een voorwaarde voor erkenning door de man van [het kind].