ECLI:NL:HR:2010:BK4935
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Nietigheid erkenning minderjarig kind in het buitenland en vervangende toestemming
De vrouw verzocht de rechtbank Arnhem om te verklaren dat de door de man in Straatsburg gedane erkenning van hun minderjarige kind nietig is. De man verzocht zelfstandig om vervangende toestemming tot erkenning. De rechtbank benoemde een curator en vroeg de Raad voor de Kinderbescherming om onderzoek en advies. Op basis daarvan verleende de rechtbank toestemming tot erkenning door de man.
De vrouw ging in hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem, dat de eerdere beschikking vernietigde en de erkenning nietig verklaarde. Het hof wees ook het verzoek van de man om toestemming tot erkenning af. De man stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen cassatiegronden opleveren en dat het beroep niet tot cassatie kan leiden. De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt daarmee het oordeel van het hof dat de erkenning nietig is en dat vervangende toestemming niet wordt verleend.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de buitenlandse erkenning nietig is en het verzoek om vervangende toestemming wordt afgewezen.