In deze civiele zaak staat centraal of de advocaat voldoende zorgvuldigheid heeft betracht bij het onderzoeken van de mogelijkheid van gefinancierde rechtshulp voor zijn cliënte in een echtscheidingsprocedure. De cliënte had een deel van de factuur betaald, maar betwistte het resterende bedrag vanwege het niet aanvragen van gefinancierde rechtshulp.
De kantonrechter oordeelde dat de advocaat mocht aannemen dat de cliënte geen recht had op gefinancierde rechtshulp. Het hof stelt echter dat de advocaat gedragsregel 24 van de Gedragsregels Advocatuur 1992 niet juist heeft toegepast. Deze gedragsregel verplicht de advocaat om zorgvuldig te onderzoeken of de cliënt in aanmerking komt voor gefinancierde rechtshulp en de cliënt hierover goed te informeren.
Het hof vindt dat de advocaat onvoldoende onderzoek heeft gedaan en onvolledig heeft geïnformeerd, mede omdat de inkomens- en vermogenssituatie van de cliënte niet juist is beoordeeld. De advocaat had de cliënt een geïnformeerde keuze moeten voorleggen en schriftelijk vastleggen. Daarom is de overeenkomst ontbonden en moet de advocaat het reeds betaalde bedrag terugbetalen, terwijl de cliënt een klein bedrag aan kosten moet voldoen.
Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de kantonrechter vernietigd en het geschil wordt opnieuw beslist met toewijzing van de terugbetaling en ontbinding van de overeenkomst.