ECLI:NL:GHARL:2015:5955

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
11 augustus 2015
Publicatiedatum
11 augustus 2015
Zaaknummer
200.164.675
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 843a RvArt. 7:619 BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering inzage omzetgegevens voor provisieclaim over blokorders

Appellant vordert dat Art@Home wordt veroordeeld tot het verstrekken van netto gefactureerde omzetgegevens over de periode 2010-2012 van blokorders Pronto en Profijt, stellende recht te hebben op provisie. Hij baseert zich op een provisieregeling in zijn arbeidsovereenkomst uit 2009.

Art@Home erkent dat appellant de provisie niet heeft ontvangen, maar betwist het recht daarop. Zij stelt dat de directeur de contracten heeft gesloten en dat appellant bekend was met zijn omzetgegevens, die maandelijks werden besproken en jaarlijks werden overlegd zonder betwisting.

Het hof overweegt dat artikel 843a Rv een rechtmatig belang vereist voor inzage in bescheiden en dat dit belang ontbreekt omdat Art@Home gemotiveerd betwist dat appellant recht heeft op provisie. Ook artikel 7:619 BW Pro leidt niet tot een ander oordeel.

Daarom wijst het hof de vordering af en veroordeelt appellant in de kosten van het incident. De hoofdzaak wordt verwezen naar de rol voor verdere behandeling.

Uitkomst: De vordering tot inzage in omzetgegevens wordt afgewezen wegens ontbreken van een rechtmatig belang.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.164.675
(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, 2607985)
arrest van de derde kamer van 11 augustus 2015
in het incident ex artikel 843a Rv in de zaak van
[appellant],
wonende te [plaatsnaam],
appellant,
eiser in het incident,
hierna: [appellant]
advocaat: mr. N. van Mook,
tegen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Art@Home B.V.,
gevestigd te Veenendaal,
geïntimeerde,
verweerster in het incident,
hierna: Art@Home,
advocaat: mr. H.V. van Seventer.

1.Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van
5 maart 2014 en 25 juni 2014 die de kantonrechter (rechtbank Midden-Nederland, afdeling civiel recht, kantonrechter, locatie Utrecht) tussen [appellant] als eiser in conventie en verweerder in reconventie enerzijds en Art@Home als gedaagde in conventie en eiseres in reconventie anderzijds heeft gewezen.

2.Het geding in hoger beroep

2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep van 24 september 2014, zoals hersteld bij exploot van
9 februari 2015;
- de memorie van grieven tevens houdende incidentele vordering ex artikel 843a Rv;
- de memorie van antwoord in het incident.
2.2
Vervolgens hebben de partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest in het incident bepaald.

3.De motivering van de beslissing in het incident

3.1
[appellant] vordert dat Art@Home wordt veroordeeld om de netto gefactureerde omzetgegevens over de periode van 2010 tot en met 2012 van alle blokorders Pronto en Profijt aan hem te verstrekken. Hij stelt daartoe dat hij nog recht heeft op provisie over die blokorders. Hij verwijst daartoe naar de arbeidsovereenkomst van 2009, waarin het volgende is opgenomen:
“Daarnaast wordt de werknemer een provisieregeling aangeboden van 3% op de netto gefactureerde omzet van displayklanten, partijhandel, ketens, etc. (…) In beide gevallen gaat het om de netto omzet waarbij alle retailkortingen van eurtetco, intres, etc van af getrokken zijn.”Volgens [appellant] gaat het bij Pronto en Profijt om ketens zoals bedoeld in de hiervoor geciteerde provisieregeling.
3.2
Art@Home bestrijdt niet dat [appellant] de door hem geclaimde provisie over blokorders van Pronto en Profijt niet heeft ontvangen, maar volgens haar heeft [appellant] geen recht op die provisie. Art@Home betoogt dat de contractbesprekingen over deze blokorders door haar directeur zijn gevoerd en dat hij degene is die de deals heeft binnengehaald. Bij deze blokorders is bovendien geen sprake van
“zelf geschreven omzet langs de weg”. Verder voert Art@Home aan dat [appellant] bekend is met zijn omzetgegevens; die gegevens werden maandelijks aan de hand van uitdraaien besproken met [appellant]. Voorts zou [appellant] jaarlijks een overzicht hebben gekregen van zijn omzetten en bonussen. Deze overzichten heeft hij nooit betwist, aldus Art@Home. Ten slotte betoogt zij dat [appellant] direct na zijn vertrek bij Art@Home in dienst is getreden van haar directe concurrent, zodat zij belang heeft bij bescherming van haar concurrentiepositie. Zij concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van [appellant] in zijn vordering, althans tot afwijzing van die vordering.
3.3
Ten aanzien van de vraag of een vordering tot overlegging van of inzage in bescheiden voor toewijzing in aanmerking komt, stelt het hof voorop dat artikel 843a Rv niet voorziet in een onbeperkt recht op inzage van bescheiden jegens degene die deze te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft, maar dat deze bepaling het recht op inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde bescheiden afhankelijk stelt van een aantal cumulatieve vereisten. Op grond van het eerste lid van artikel 843a Rv moet de eiser een rechtmatig belang hebben bij de inzage, het afschrift of het uittreksel en moet hij inzage, afschrift of uittreksel vorderen van bepaalde bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarin hij of zijn rechtsvoorgangers partij zijn. Ook indien aan deze vereisten is voldaan, kan de vordering wegens gewichtige redenen of omdat redelijkerwijs kan worden aangenomen dat ook zonder de gevorderde gegevens een behoorlijke rechtsbedeling is gewaarborgd, worden afgewezen.
3.4
Gelet op het verweer van Art@Home tegen de vordering van [appellant] in het incident kan thans niet met voldoende zekerheid worden aangenomen dat [appellant] een rechtmatig belang heeft bij zijn vordering. Art@Home betwist immers gemotiveerd dat [appellant] recht heeft op de door hem geclaimde provisie - hij zou de blokorders immers niet hebben afgesloten - en voert bovendien aan dat [appellant] overzichten heeft ontvangen van zijn omzet en deze nooit heeft betwist. Artikel 7:619 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW), waarop [appellant] zich beroept, leidt niet tot een ander oordeel, omdat Art@Home nu juist bestrijdt dat het loon van [appellant] voor een deel bestond in een bedrag dat afhankelijk was gesteld van omzetgegevens met betrekking tot de hiervoor genoemde blokorders.
3.5
Hetgeen hiervoor in rechtsoverweging 3.4 is overwogen leidt er reeds toe dat het hof de vordering in het incident zal afwijzen. Het hof zal [appellant] als de in het ongelijk te stellen partij veroordelen in de kosten van het incident.
3.6
Het hof zal de hoofdzaak naar de rol verwijzen voor memorie van antwoord aan de zijde van Art@Home. Verder zal het hof iedere beslissing aanhouden.

4.De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:
in het incident
wijst de vordering van [appellant] af;
veroordeelt [appellant] in de kosten van het incident, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Art@Home vastgesteld op € 894,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief;
in de hoofdzaak
verwijst de zaak naar de roldatum 22 september 2015 voor memorie van antwoord aan de zijde van Art@Home;
houdt verder iedere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. I.A. Katz-Soeterboek, P.L.R. Wefers Bettink en H. van Loo en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 11 augustus 2015.