Uitspraak
Ontvankelijkheid van de vordering tot verlenging
Kamerstukken II,2008-2009, 31 823, nr. 3, pag. 7-8).
Overwegingen:
Beslissing
[terbeschikkinggestelde] .
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De terbeschikkinggestelde was veroordeeld tot een gevangenisstraf en terbeschikkingstelling met voorwaarden, die dadelijk uitvoerbaar was verklaard. De rechtbank Den Haag verlengde de terbeschikkingstelling met twee jaren, waarbij de bijzondere en algemene voorwaarden gehandhaafd werden. De terbeschikkinggestelde ging in hoger beroep tegen deze verlenging.
Het hof heeft de stukken bestudeerd, waaronder het proces-verbaal, het beroep, voortgangsverslagen en het advies van de reclassering. De reclassering adviseerde verlenging vanwege het ontbreken van dagbesteding, beperkte sociale contacten en aansturing bij persoonlijke verzorging. De terbeschikkinggestelde wilde zelfstandig wonen en stoppen met medicatie, terwijl het openbaar ministerie en het hof stelden dat hij nog niet zonder begeleiding kan en er een matig tot hoog recidivegevaar is.
Het hof oordeelde dat de termijn van de terbeschikkingstelling ingaat op de dag van het bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid, 4 januari 2013, waardoor de vordering tot verlenging tijdig was ingediend. Het hof vond geen reden af te wijken van de gebruikelijke verlenging van twee jaren, gezien de noodzaak van langdurige behandeling en begeleiding. De beslissing van de rechtbank werd bevestigd met aanvulling van gronden.
Uitkomst: De verlenging van de terbeschikkingstelling met voorwaarden voor twee jaren wordt bevestigd.