ECLI:NL:GHARL:2015:63
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging machtiging uithuisplaatsing en afwijzing verzoek netwerkplaatsing kind
In deze zaak staat de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarig kind centraal, waarbij het hof het hoger beroep van de grootouders behandelt. De moeder oefent het gezag uit over het kind, dat sinds 2009 onder toezicht staat van de Stichting Bureau Jeugdzorg. De stichting heeft een indicatiebesluit genomen voor uithuisplaatsing in een voorziening voor verblijf pleegouder 24-uurs.
De grootouders betoogden ontvankelijk te zijn in het hoger beroep en verzochten om plaatsing van het kind bij de zus van de moeder (netwerkplaatsing) in plaats van een neutraal pleeggezin. Het hof oordeelt dat de grootouders niet als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt omdat zij niet het gezag hebben en het kind sinds augustus 2013 niet als behorend tot hun gezin verzorgen en opvoeden.
Het hof overweegt dat de plaatsing in een neutraal pleeggezin noodzakelijk is vanwege de verstoorde familieverhoudingen en het belang van rust, duidelijkheid en stabiliteit voor het kind. De grootouders boden onvoldoende ruimte aan de verzorgster en opvoedster, en de communicatie met hulpverleners verliep moeizaam. Het verzoek tot netwerkplaatsing wordt daarom afgewezen en de machtiging tot uithuisplaatsing wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing en wijst het verzoek tot netwerkplaatsing af.