ECLI:NL:GHARL:2015:6334
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis rechtbank inzake ontnemingsvordering in hoger beroep
In deze ontnemingszaak heeft de veroordeelde hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 8 juli 2014. Het hof heeft het dossier bestudeerd en de vordering van de advocaat-generaal en de verdediging gehoord tijdens de terechtzitting van 21 juli 2015.
De verdediging heeft stukken overgelegd ter onderbouwing van legale inkomsten van de veroordeelde, waaronder een vermeende arbeidsovereenkomst met een BV. Het hof oordeelt echter dat deze stukken onvoldoende bewijs leveren van een daadwerkelijk dienstverband en inkomsten, mede vanwege wisselende data van indiensttreding. Hierdoor wordt het gestelde salaris niet meegenomen in de kasopstelling.
Verder acht het hof de overige betwistingen onvoldoende om het uitgangspunt van de rechtbank omtrent het beginsaldo en de kasopstelling te wijzigen. Een laat ingediend verzoek tot het horen van twee getuigen wordt afgewezen wegens gebrek aan noodzaak en het late tijdstip van indiening.
Het hof bevestigt daarmee het vonnis van de rechtbank met inachtneming van deze overwegingen en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.