ECLI:NL:GHARL:2015:6636
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geschil tussen erfgenamen over verdeling nalatenschap en schadevorderingen na verkoop bedrijfspand en woning
Partijen zijn erfgenamen van hun in 2008 overleden vader, waarbij een geschil ontstond over de verdeling van een bedrijfspand en een woning die tot de nalatenschap behoren. De rechtbank had de broers veroordeeld tot betaling van € 40.000 aan hun zuster wegens een vermeende overwaarde van het bedrijfspand, maar in hoger beroep bleek de werkelijke overwaarde slechts circa € 5.600 te bedragen. Het hof oordeelde dat deze overwaarde niet afzonderlijk moet worden afgerekend, maar meegenomen dient te worden in de algehele boedelverdeling.
Daarnaast vorderden de broers ontruiming van de woning en schadevergoeding wegens waardevermindering en obstructie van de verkoop door de zuster. De rechtbank kende de ontruiming toe maar wees de schadevergoeding af. Het hof bevestigde deze afwijzing, omdat de broers onvoldoende bewijs leverden voor schade door obstructie of verwaarlozing van de woning.
De grieven van de broers over de waarde van het bedrijfspand en de betalingsveroordeling slaagden, waardoor het vonnis in conventie werd vernietigd en de vorderingen alsnog werden afgewezen. De overige beslissingen, waaronder de ontruiming, werden bekrachtigd. De kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van de zuster af en bekrachtigt de ontruimingsvordering van de woning.