De zaak betreft een hoger beroep na verwijzing door de Hoge Raad over de vaststelling van partneralimentatie tussen de man en de vrouw. De Hoge Raad vernietigde een eerdere beschikking en verwees de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling.
Tijdens de procedure werd rekening gehouden met de wetswijziging per 1 januari 2015, met name de wijziging in het kindgebonden budget, die de draagkracht van de man beïnvloedt. De vrouw verzocht om een verhoging van de alimentatie met ingang van die datum, wat door het hof werd toegestaan met ingang van 1 juni 2015 vanwege procesrechtelijke overwegingen.
Het hof berekende de draagkracht van de man op basis van zijn inkomen, woonlasten, fiscale kortingen en lasten zoals schulden. De man heeft een schuld aan zijn ouders van €10.000 die als huwelijkse schuld werd erkend, maar aflossing werd pas vanaf 1 juni 2015 in aanmerking genomen. De maandelijkse bijdrage werd vastgesteld op €65 vanaf 28 februari 2013 en €144 vanaf 1 juni 2015.
De beschikking van de rechtbank Limburg werd vernietigd voor zover deze de bijdrage in de kosten van levensonderhoud betrof. De kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.