Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
Het geding in het principaal en het incidenteel hoger beroep
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De man en vrouw zijn in 2005 gehuwd en wonen sinds april 2010 feitelijk niet meer samen. De vrouw verzocht in december 2013 om echtscheiding, die door de rechtbank werd uitgesproken met een partneralimentatie van €1.560 per maand, afgebouwd tot nihil in 2022. Zowel vrouw als man gingen in hoger beroep tegen de alimentatie en afbouwregeling.
De vrouw stelde dat haar behoefte niet was verbleekt en dat zij vanwege psychische beperkingen en arbeidsmarktpositie niet in staat was te werken. De man betoogde dat de vrouw haar verdiencapaciteit onvoldoende had benut en dat de alimentatie binnen vijf jaar tot nihil moest worden afgebouwd.
Het hof oordeelde dat de behoefte van de vrouw €1.800 netto per maand bedraagt en dat haar behoeftigheid op de helft daarvan, €900 netto, moet worden vastgesteld. De man moet vanaf de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking €1.552 bruto per maand betalen, met een afbouwregeling van vijf jaar, startend per 1 januari 2016. De echtscheiding werd bekrachtigd en de proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De partneralimentatie wordt vastgesteld op €1.552 bruto per maand met een gefaseerde afbouw over vijf jaar vanaf 1 januari 2016.