Partijen zijn gescheiden bij beschikking van 21 december 2011, met inschrijving op 23 maart 2012. De rechtbank Noord-Nederland heeft op 1 april 2015 een beschikking gegeven over de afwikkeling van huwelijkse voorwaarden en partneralimentatie, waarbij de man is veroordeeld tot afstorting van €160.000 aan een externe pensioenverzekeraar voor het deel van de vrouw in de pensioenaanspraken die de man in eigen beheer heeft opgebouwd. Deze beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
De man verzocht het hof om schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad, stellende dat de rechtbank en deskundige zijn uitgegaan van achterhaalde jurisprudentie en onvoldoende rekening is gehouden met de economische crisis, fiscale aspecten en continuïteit van zijn onderneming [B] B.V. Hij stelde dat afstorting direct tot liquiditeitsproblemen zou leiden. Het hof oordeelde dat deze gronden een inhoudelijke beoordeling vereisen die niet past binnen het beperkte kader van een schorsingsverzoek.
Het hof vond de onderbouwing van de man onvoldoende, met name omdat hij niet aannemelijk maakte dat benodigde liquide middelen niet anderszins beschikbaar zijn zonder de continuïteit van de onderneming in gevaar te brengen. Het belang van de vrouw bij voortzetting van de tenuitvoerlegging, gezien haar risico's en het ontbreken van voldoende zekerheid van de man, woog zwaarder dan het belang van de man bij schorsing.
Daarom wees het hof het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad af en bevestigde de verplichting van de man tot afstorting van het pensioenbedrag aan de vrouw.