Belanghebbende heeft in 2010 een lijfrenteverzekering afgekocht die in 1990 is aangegaan. Ondanks dat premies na 1992 zijn betaald en in aftrek zijn gebracht, is het overgangsrecht niet van toepassing omdat de polis na 1991 premievrij is gemaakt.
De Inspecteur heeft een aanslag inkomstenbelasting opgelegd inclusief revisierente van 20% over de afkoopwaarde van de lijfrenteverzekering. Belanghebbende betwist de revisierente en verzoekt om matiging vanwege zijn psychische toestand ten tijde van de afkoop.
Het hof oordeelt dat de wettelijke bepalingen geen ruimte bieden voor coulance bij de vaststelling van revisierente. De revisierente is bedoeld om oneigenlijk gebruik van aftrekposten tegen te gaan en moet daarom onverkort worden toegepast. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.