ECLI:NL:GHARL:2015:7457
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- H.E. de Boer
- A.E.B. ter Heide
- D.J. Buijs
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onrechtmatige concurrentie en verbodsvorderingen na bodemuitspraak
In deze zaak stond onrechtmatige concurrentie centraal waarbij EZA Verzekeringen B.V. stelde dat geïntimeerde onrechtmatig handelde door klanten te benaderen met een concurrerend verzekeringspakket. De rechtbank Gelderland oordeelde op 19 november 2014 dat geïntimeide doelgericht klanten van EZA had benaderd met een aanbod dat leidde tot substantiële omzetderving bij EZA.
EZA vorderde in kort geding een verbod op verdere onrechtmatige concurrentie, waaronder het verbod om relaties van EZA te benaderen, personeel te contacteren en negatieve uitlatingen te doen. Het hof stelde vast dat het oordeel van de bodemrechter leidend is en dat de onrechtmatigheid van het handelen vaststaat.
Het hof oordeelde echter dat de gevorderde verbodsvorderingen te verstrekkend zijn, met name omdat de arbeidsovereenkomst drie jaar eerder was geëindigd en het relatiebeding slechts voor één jaar gold. Ook ontbrak een concrete toelichting op het spoedeisend belang voor deze voorzieningen. Daarnaast was onvoldoende bewijs voor het gevorderde verbod op negatieve uitlatingen en het geheimhoudingsbeding.
De vorderingen werden daarom afgewezen en het vonnis van de voorzieningenrechter bekrachtigd. EZA werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat onrechtmatige concurrentie vaststelt maar wijst de gevorderde verbodsvorderingen af wegens onvoldoende spoedeisend belang en te verstrekkende beperkingen.