ECLI:NL:GHARL:2015:7627
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Sekeris
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen verhoging administratieve sanctie op grond van WAHV
In deze zaak is hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep van betrokkene tegen het uitblijven van een besluit niet-ontvankelijk verklaarde. Het beroep richtte zich uitsluitend tegen de verhogingen van een administratieve sanctie opgelegd op grond van de Wegenverkeerswet (WAHV), niet tegen de oorspronkelijke sanctiebeschikking.
De kantonrechter verklaarde zichzelf onbevoegd om kennis te nemen van het beroep, omdat op grond van de WAHV en de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geen beroep openstaat tegen dergelijke verhogingen. Het hof bevestigt dit oordeel en verduidelijkt dat het rechtsmiddel van verzet pas openstaat nadat een dwangbevel is uitgevaardigd.
De gemachtigde van betrokkene voerde aan dat artikel 6 EVRM Pro het recht op toegang tot de rechter garandeert, maar het hof oordeelt dat dit niet leidt tot een ander oordeel. Het arrest van de Hoge Raad van 23 mei 2006 wordt aangehaald om te onderbouwen dat de verhogingen en de verzetprocedure niet kwalificeren als een 'criminal charge' of civiele verplichting, zodat artikel 6 EVRM Pro niet van toepassing is.
Het hof bevestigt de beslissing van de kantonrechter en wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af. Tevens wordt vermeld dat de advocaat-generaal opdracht zal geven om de opgelegde verhogingen ongedaan te maken.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt dat beroep tegen verhogingen van administratieve sancties niet ontvankelijk is en wijst het kostenverzoek af.