Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep, verder te noemen: de rechthebbende,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De rechthebbende heeft in eerste aanleg een verzoek tot onderbewindstelling ingediend, waarbij [belanghebbende 1] tot bewindvoerder werd benoemd. De kantonrechter stelde het bewind in en wees het verzoek toe. In hoger beroep kwam de rechthebbende terug op dit verzoek en stelde dat hij onder druk was gezet en niet goed geïnformeerd was over de consequenties.
Tijdens de mondelinge behandeling verklaarde de rechthebbende dat hij onderbewindstelling aanvankelijk wilde om bescherming tegen familieleden, maar later spijt kreeg. De bewindvoerder stelde dat de rechthebbende bewust en met kennis van zaken het verzoek had ondertekend en dat een onpartijdige bewindvoerder wenselijk is.
Het hof oordeelde dat de kantonrechter terecht afzag van een mondelinge behandeling in eerste aanleg en dat de onderbewindstelling rechtmatig was ingesteld. Het hoger beroep is niet bedoeld om een reeds toegewezen verzoek ongedaan te maken omdat de partij later van mening verandert.
Daarom werden alle grieven van de rechthebbende verworpen en de beschikking van de kantonrechter bekrachtigd. Het verzoek tot vernietiging van de onderbewindstelling en wijziging van de bewindvoerder werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking tot onderbewindstelling en wijst het hoger beroep af.