Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
“het ongecontroleerd slopen van metselwerk, het verwijderen van de begane grond vloer, het onvoldoende aanbrengen van tijdelijke stabiliteitsverhogende maatregelen (stempelraam) en het creëren van gedegen oplegpunten voor opvangconstructies.”
rond de tafel te gaan zitten. Uiteindelijk komt zijn conclusie er immers op neer dat de instorting is veroorzaakt “door het ongecontroleerd slopen van metselwerk, het verwijderen van de begane grond vloer en het onvoldoende aanbrengen van tijdelijke stabiliteitsverhogende maatregelen.” Naar mijn mening kunnen al deze oorzaken verweten worden aan de aannemer. Ook is tijdens de verhoren gebleken dat de aannemer de risico’s van het ontgraven van de kelder heeft onderschat en in ieder geval op geen enkele objectief verifieerbare manier heeft onderzocht of berekend of er maatregelen nodig waren ten behoeve van de stabilisering van uw woning. Ik onderken dat ook de constructeur, de architect en vanzelfsprekend [Y] op geen enkel moment ook maar de geringste waarschuwing hebben gegeven. Anderzijds lijkt mij dat de eerst aangewezene om u te waarschuwen de aannemer is geweest.
4.De motivering van de beslissing in hoger beroep
5.De slotsom
6.De beslissing
roldatum 24 november 2015, waarna dag en uur van de comparitie (ook indien voormelde opgave van een of meer van partijen ontbreekt) door de raadsheer-commissaris zullen worden vastgesteld;