ECLI:NL:HR:2012:BV6769
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid en verjaring bij onrechtmatig handelen bestuurder en vennootschap
In deze zaak vordert de curator van het faillissement van Central Food Tech B.V. (CFT) regres van een voormalig bestuurder wegens onrechtmatig handelen jegens een derde partij, [C]. De rechtbank en het hof hebben de vorderingen afgewezen wegens verjaring en onvoldoende stelplicht van de curator.
De Hoge Raad bevestigt dat de verjaringstermijn van artikel 3:310 lid 1 BW Pro begint te lopen zodra de benadeelde voldoende zekerheid heeft dat de schade is veroorzaakt door het handelen van de aansprakelijke persoon, zonder dat vereist is dat de juridische beoordeling van die feiten bekend is. Het hof heeft terecht geoordeeld dat CFT uiterlijk in 1994 bekend was met de feiten die de schade veroorzaakten, ook al was de hoogte van de schade pas later vastgesteld.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat de curator onvoldoende heeft gesteld om een regresvordering op de bestuurder te onderbouwen die verder gaat dan het reeds betaalde bedrag. De verdeling van de hoofdelijke aansprakelijkheid moet naar evenredigheid van de bijdrage aan de schade plaatsvinden, maar de curator heeft niet voldoende feiten aangevoerd om een groter aandeel aan de bestuurder toe te rekenen.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde de curator in de kosten van het geding. Het arrest bevat belangrijke overwegingen over de aanvang van de verjaringstermijn en de stelplicht bij regresvorderingen tussen hoofdelijk verbonden schuldenaren.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de curator wordt verworpen en de regresvordering tegen de bestuurder is verjaard en onvoldoende onderbouwd.