Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[de appellante],
de curatoren,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele procedure heeft [de appellante] B.V. hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de rechtbank Noord-Nederland. De appellante betaalde het griffierecht van €1.937,- niet tijdig, maar pas een maand na de uiterste betaaldatum.
Het hof heeft de appellante conform art. 127a lid 2 Rv ontslagen van de instantie wegens het niet tijdig voldoen van het griffierecht. De appellante deed een beroep op de hardheidsclausule (art. 127a lid 3 Rv), stellende dat zij en haar groep financieel zwaar getroffen waren door faillissementen en beslagen, waardoor het voortbestaan van de groep aan een zijden draadje hing.
Het hof oordeelde echter dat de appellante onvoldoende concreet en met bewijs had onderbouwd dat zij zelf niet in staat was het griffierecht tijdig te betalen. Ook waren er geen bijkomende omstandigheden die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigden. Daarom werd het hoger beroep niet ontvankelijk verklaard en de curatoren van de instantie ontslagen. De appellante werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Hoger beroep niet ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht en afwijzing beroep op hardheidsclausule.