In deze verzetzaak in hoger beroep staat de vraag centraal of geïntimeerde medehuurder is geworden van een woning die appellant verhuurde. Appellant voerde aan dat geïntimeerde medehuurder was en vorderde betaling van huurpenningen, boetes en kosten. Het hof heeft getuigen gehoord, waaronder partijen zelf en hun huisgenoten, en bewijsstukken beoordeeld.
Uit de verklaringen blijkt dat de onderhandelingen over de huurprijs en de bezichtiging gezamenlijk door geïntimeerde en haar echtgenoot zijn gevoerd, waarbij geïntimeerde vooral het woord voerde. De huurovereenkomst is door de echtgenoot van geïntimeerde getekend en kopieën van haar paspoort en loonstrook zijn aan appellant verstrekt. Hoewel geïntimeerde zelf niet heeft getekend, is het hof van oordeel dat voldoende is bewezen dat zij medehuurder is geworden.
Het hof vernietigt het verstekarrest voor zover het betrekking heeft op geïntimeerde, wijst het verzet van appellant toe en veroordeelt geïntimeerde tot betaling van de openstaande huurpenningen, boetes, belastingen, proceskosten en terugbetaling van reeds verrichte betalingen, vermeerderd met wettelijke rente. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad.