Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Groningen(hierna: de Inspecteur)
1.Ontstaan en loop van het geding
2.De vaststaande feiten
“[Belanghebbende] heeft het pand [b-straat] 10 te [F] met boekwinst verkocht. Hiervoor heeft cliënt een vervangingsreserve gevormd. [Belanghebbende] heeft ook daadwerkelijk het voornemen om een vervangend pand te kopen. (...) [Belanghebbende] is van plan om het pand aan de [a-straat] 17 te [F] te kopen. Het betreft hier een bedrijfsruimte die uitsluitend gebruikt mag worden als horeca ruimte. Het pand aan de [a-straat] 17 gaat onze cliënt verhuren aan een derde. Wij willen u vragen of u akkoord kunt gaan met het volgende. Kunt u akkoord gaan met het afboeken van de vervangingsreserve op het vervangend pand aan de [a-straat] 17? Kan het pand [a-straat] 17 ondernemingsvermogen blijven, wanneer [belanghebbende] [de discotheek] gaat verhuren aan een derde (verhuur onderneming)?”
“In december 2001 is [het pand] gekocht. Op de aankoopprijs (...) is de aanwezige herinvesteringsreserve (...) in mindering gebracht.”