ECLI:NL:GHARL:2016:10211
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep afgewezen tegen ondercuratelestelling wegens onvoldoende noodzaak
De vader had bij de kantonrechter verzocht zijn zoon onder curatele te stellen vanwege diens lichamelijke en geestelijke toestand, en werd in eerste aanleg in dit verzoek toegewezen. In hoger beroep stelde de vader dat de ondercuratelestelling niet nodig was omdat zijn zoon zijn belangen zelf kan behartigen. Het hof oordeelde dat de vader aanvankelijk onvoldoende bekend was met de gevolgen van curatele en de maatregel op advies van de school had verzocht.
Het hof constateerde dat de betrokkene, ondanks zijn aandoening, goed wordt begeleid en verzorgd binnen het gezin en door hulpinstanties. Hij woont thuis, heeft een Wajong-uitkering die opgaat aan verzorging en hobby's, en beschikt niet over spaargeld. De ondercuratelestelling is daarom een te verstrekkende maatregel.
Gelet op deze omstandigheden vernietigde het hof de beschikking van de kantonrechter en wees het verzoek tot ondercuratelestelling af. De beschikking wordt ingeschreven in het Centraal Curatele- en Bewindsregister en bekendgemaakt in de Staatscourant.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot ondercuratelestelling af en vernietigt de beschikking van de kantonrechter.