De werknemer trad in 1998 in dienst bij SNS en raakte in 2010 door een ongeluk ernstig hersenletsel opgelopen, waardoor re-integratie uitgesloten was. SNS voerde een reorganisatie door waarbij de functie van de werknemer kwam te vervallen. Volgens het Sociaal Plan zou de werknemer herplaatser worden, mits zijn gezondheid dit toeliet. Het herplaatsingstraject werd echter opgeschort vanwege zijn arbeidsongeschiktheid.
De werknemer werd uiteindelijk ontslagen zonder een beëindigingsvergoeding, waarop hij een schadevergoeding vorderde wegens kennelijk onredelijk ontslag. De rechtbank wees deze vordering af en ook het hof bekrachtigde dit vonnis. Het hof oordeelde dat het Sociaal Plan geen vergoeding toekent aan werknemers die wegens ziekte niet aan herplaatsingsinspanningen kunnen voldoen.
Het hof verwierp tevens de stelling dat SNS onzorgvuldig had gehandeld door kort na het ongeval een plaatsingsgesprek te voeren, aangezien dit gesprek met toestemming van de bedrijfsarts plaatsvond en door de werknemer als positief werd ervaren. Verder was er geen bewijs dat SNS toezeggingen had gedaan over een vergoeding bij arbeidsongeschiktheid. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.