Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekers in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep tegen de beschikking van de kantonrechter die het verzoek van de bewindvoerders om een extra schenking van €30.000 per kind uit het vermogen van de rechthebbende afwees. De rechthebbende, geboren in 1938, staat onder bewind sinds 2014 en verblijft in een verpleeghuis. De bewindvoerders en de zus zijn haar kinderen.
Eerder had het hof in 2015 al vastgesteld dat er sprake is van een schenkingstraditie en machtiging verleend voor een schenking van €20.000 per kind. De kantonrechter wees latere verzoeken tot extra schenking af, maar het hof vernietigde deze afwijzing en stelde dat een incidentele hogere schenking niet per se eenmalig hoeft te zijn.
Het hof oordeelt dat de schenking van €30.000 per kind voldoet aan de aanbevelingen voor meerderjarigenbewind, waarbij het resterende liquide vermogen ruim boven de grens van €30.000 blijft. Er is geen verweerder en daarom geen proceskostenvergoeding toegewezen. De beschikking van 23 februari 2016 wordt vernietigd en de machtiging tot schenking wordt alsnog verleend.
Uitkomst: Het hof verleent machtiging tot schenking van €30.000 per kind uit het vermogen van de rechthebbende.