Uitspraak
Beoordeling
2).
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Aan betrokkene werd een administratieve sanctie van €180 opgelegd op grond van de WAHV. Tegen deze sanctie werd administratief beroep ingesteld, dat ongegrond werd verklaard door de officier van justitie en later ook door de kantonrechter.
Betrokkene stelde dat het beroepschrift niet tijdig was doorgezonden, en verzocht de CVOM de inleidende beschikking te vernietigen wegens termijnoverschrijding. Dit verzoek had geen wettelijke grondslag. Vervolgens verzocht betrokkene de kantonrechter om een dwangsom op te leggen aan de minister van Veiligheid en Justitie wegens niet tijdig beslissen, wat de kantonrechter toewijst.
De officier van justitie stelde hoger beroep in tegen deze beslissing, stellende dat de kantonrechter geen beschikking op aanvraag had gegeven en dat het hoger beroep niet ontvankelijk moest worden verklaard. Het hof oordeelt dat het hoger beroep ontvankelijk is omdat de sanctie hoger is dan €70 en dat het verzoek van betrokkene geen aanvraag in de zin van artikel 4:17 Awb Pro was. Daarom vernietigt het hof de beslissing van de kantonrechter en verklaart het verzoekschrift niet-ontvankelijk. Vergoeding van proceskosten wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beslissing van de kantonrechter en verklaart het verzoekschrift niet-ontvankelijk wegens ontbreken wettelijke grondslag.