Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
1 maart 2016
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Zwolle(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, gehuwd met een ander dan de erflaatster, vordert in hoger beroep de toepassing van de partnervrijstelling erfbelasting op grond van haar mantelzorg aan de overleden erflaatster. De Inspecteur had de aanslag erfbelasting opgelegd en verminderd na bezwaar, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Het hof bevestigt deze uitspraak.
Het hof overweegt dat het wettelijk partnerbegrip in de Successiewet 1956 beperkt is tot personen die wederzijds voor elkaar zorgen en dat gehuwden met een ander dan de erflaatster niet als partner kunnen worden aangemerkt. De wetgever heeft bewust gekozen voor deze beperking om misbruik te voorkomen en een gelijke behandeling van mantelzorgers te waarborgen.
Verder toetst het hof het niet verlenen van de vrijstelling aan artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM en concludeert dat de wetgever een ruime beoordelingsmarge heeft en dat de regeling een redelijke en proportionele verhouding ('fair balance') nastreeft. Belanghebbende heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij een individuele en buitensporige last draagt.
Het hof wijst ook het beroep op redelijkheid af omdat de rechter de wet niet buiten toepassing mag laten. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de partnervrijstelling erfbelasting bevestigd.