Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
1 maart 2016
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Eindhoven(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, een onderneming actief in de aan- en verkoop van rundvee en machineverhuur, kreeg voor de jaren 2006 tot en met 2010 naheffingsaanslagen omzetbelasting opgelegd. Deze aanslagen werden gehandhaafd na bezwaar en door de rechtbank Gelderland ongegrond verklaard in beroep. Belanghebbende stelde in hoger beroep dat de volmacht van bestuurder [E] beperkt was en dat het sluiten van compromissen niet binnen diens bevoegdheid viel.
Het hof oordeelde dat op grond van artikel 42 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen iedere bestuurder bevoegd is om namens de vennootschap op te treden, en dat de volmacht aan de adviseur ruim genoeg was om ook compromissen te sluiten. Daarnaast was sprake van de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid, omdat de adviseur jarenlang de belangen van belanghebbende behartigde, betrokken was bij het boekenonderzoek en de eindbespreking met de inspecteur.
De brief van de adviseur waarin het compromis werd bevestigd, bevestigde dat het compromis met belanghebbende was besproken en dat de adviseur namens haar handelde. Het hof concludeerde dat het compromis rechtsgeldig en bindend is, en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat het compromis rechtsgeldig is en verklaart het hoger beroep ongegrond.