ECLI:NL:GHARL:2016:1893
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie: lotsverbondenheid, overeenkomst en draagkracht
De man en vrouw zijn in 2006 gehuwd en in 2012 gescheiden. Uit het huwelijk is een minderjarige geboren met hoofdverblijf bij de vrouw. De rechtbank had de man veroordeeld tot betaling van partneralimentatie aan de vrouw, die de man in hoger beroep aanvecht met acht grieven over onder meer lotsverbondenheid, draagkracht en behoefte.
Het hof oordeelt dat ondanks beschuldigingen van de man jegens de vrouw over valselijke aantijgingen van seksueel misbruik, er onvoldoende feiten zijn om de lotsverbondenheid te ontkennen. Wel is vastgesteld dat partijen bij het uiteengaan mondeling overeenkwamen dat de man geen partneralimentatie zou betalen, en dat de man alle huwelijkse schulden op zich zou nemen en aflossen.
De man heeft een aanzienlijke schuldenlast met maandelijkse aflossingen, waardoor hij geen draagkracht heeft voor partneralimentatie. De vrouw kon onvoldoende aantonen dat zij recht heeft op partneralimentatie of dat de mondelinge overeenkomst niet geldt. Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek van de vrouw af. Tevens wordt bepaald dat de vrouw niet hoeft terug te betalen wat zij tot nu toe ontving. De proceskosten worden door partijen zelf gedragen.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek tot partneralimentatie af wegens een mondelinge overeenkomst en onvoldoende draagkracht van de man.