ECLI:NL:GHARL:2016:2380
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis rechtbank inzake ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na veroordeling witwassen
In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 23 april 2013, waarin een ontnemingsvordering was opgelegd aan de veroordeelde wegens witwassen.
Tijdens de terechtzittingen van 1 april 2015 en 9 maart 2016 heeft het hof de vordering van de advocaat-generaal behandeld, die stelde dat het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld moet worden op €80.500. De raadsvrouw van de veroordeelde heeft hiertegen verweer gevoerd.
Het hof heeft het vonnis van de rechtbank met overneming van de gronden bevestigd, omdat het oordeel van de eerste rechter op goede gronden was gebaseerd en de beslissing correct was genomen. De uitspraak werd op 23 maart 2016 ter openbare terechtzitting uitgesproken, waarbij de veroordeelde niet aanwezig was.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de ontnemingsvordering van €80.500 wegens witwassen.