Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Gelderland inzake de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen. De moeder betwistte de volledigheid en waarheid van de feiten in het raadsrapport en voerde schending van artikel 3.3 Jeugdwet en artikel 8 EVRM Pro aan. Tevens verzocht zij om benoeming van een deskundige op grond van artikel 810a Rv.
Het hof oordeelde dat de raad voor de kinderbescherming en de gecertificeerde instelling de feiten en vermoedens naar behoren en transparant hadden weergegeven in het rapport en verzoekschrift. De mening van de moeder was voldoende meegenomen in de besluitvorming. Het verzoek tot benoeming van een deskundige werd afgewezen omdat recent een onderzoek was verricht en een nieuw onderzoek het belang van de kinderen zou schaden.
De moeder gaf aan dat haar situatie verbeterd is en zij weer voor de kinderen kan zorgen, maar het hof stelde dat langdurige stabiliteit en samenwerking met instanties vereist is. Gezien de omstandigheden werd de beschikking tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing tot 6 april 2016 bekrachtigd en het overige verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige kinderen tot 6 april 2016.